Basisprogramma's

In de behandeling van een patiënt hoeft niet iedere keer opnieuw het wiel uitgevonden te worden. Als behandelaar heeft u een uitgebreide hoeveelheid kennis en ervaring tot uw beschikking waarmee u uw patiënten snel weer op weg helpt. Binnen Telerevalidatie.nl bieden basisprogramma’s u de mogelijkheid deze ervaring in te zetten.

Basisprogramma’s gebruiken biedt u als behandelaar een mogelijkheid tot tijd besparen maar helpt ook bij het aanbieden van een uniforme behandelwijze.

Wat is een basisprogramma?

Een basisprogramma is een verzameling van oefeningen die u regelmatig voorschrijft aan een patiënt. Een voorbeeld is een vaste set oefeningen die altijd gedaan wordt als iemand een arm moet heractiveren of als juist de basisconditie verbeterd moet worden. Een basisprogramma heet niet voor niets een basisprogramma omdat het bedoelt is als basis. Een basisprogramma is per definitie niet volledig. Het idee is dat je als behandelaar naast het basisprogramma zelf aanvullende oefeningen toewijst of juist oefeningen uit het basisprogramma weer weghaalt. Zo kunt u een passend programma te maken voor elke individuele patiënt zonder dat het u een hoop tijd kost.

Goede en minder goede basisprogramma’s

Als u een nieuw basisprogramma aanmaakt dan kunt u letten op onderstaande aanbevelingen. Goede basisprogramma's:

  • Zijn geschikt voor een brede groep patiënten met dezelfde aandoening
  • Hebben een duidelijke naam die beschrijft waarvoor het programma bedoeld is
  • Zijn opgesteld in goed overleg met behandelaren
  • Komen voort uit de behandel- of zorgpad definitie die gemaakt is voor de gerelateerde aandoening

Een naam als ‘Heractivatie armfunctie – licht aangedaan (2 weken)’ geeft aan wat het doel is, welke intensiteit en hoe lang dit basisprogramma duurt. Wel zo duidelijk!

Wie maakt een basisprogramma?

Een basisprogramma samenstellen is inhoudelijk werk en kan het beste gedaan worden door iemand die nauw bij de behandeling betrokken is. Iemand die weet hoe het daadwerkelijk gebruikt wordt kan betere keuzes maken over welke oefeningen wanneer klaargezet worden.

Standaard kunnen alleen applicatiebeheerders een basisprogramma aanmaken of aanpassen. Het kan handig zijn om specifieke behandelaren ook deze rechten te geven. Dit kan door het aanpassen van de rol die gekoppeld is aan deze behandelaren.

Instructies toevoegen of niet?

Naast het klaarzetten van oefeningen is het ook mogelijk om voor elke oefening instructies op te geven. Hierbij kunt u denken aan tijdsduur, aantal sets of herhalingen of een uitgeschreven instructie. Deze instructie wordt bij het inplannen van een basisprogramma door een behandelaar ook zichtbaar voor de patiënt. Een behandelaar kan deze aanwijzingen vervolgens nog weer aanpassen om ze helemaal passend te maken voor de patiënt.

Alleen als deze instructies bijna nooit aangepast hoeven te worden is het zinvol om deze toe te voegen aan een basisprogramma. Als de instructie wel regelmatig aangepast moet worden dan is de kans dat een behandelaar dit vergeet groot. Hierdoor krijgt een patiënt verkeerde instructies te zien met alle gevolgen van dien. Praktisch gezien betekent het dat u bijna nooit instructies toe zal voegen aan een basisprogramma.

Als u een basisprogramma gebruikt om oefenschema’s te definiëren die gebruikt worden binnen een groepsbehandeling, dan kunnen de instructies juist wel erg nuttig zijn!

Hoe maak ik een basisprogramma aan?

Via Stamgegevens > Basisprogramma’s kunt u alle bestaande programma’s inzien of een nieuwe aanmaken.

Aanmaken - Bij het aanmaken van een nieuw programma wordt u gevraagd een naam op te geven en de doelgroepen waarvoor dit basisprogramma geschikt is. Een basisprogramma kan alleen oefeningen bevatten die horen bij de gekoppelde doelgroepen. Daarnaast kunt u aangeven hoeveel weken het programma duurt.

Toevoegen van oefeningen - Het toevoegen van oefeningen aan een basisprogramma gaat op dezelfde wijze als het toewijzen van oefeningen aan een patiënt. Enige verschil is dat je bij een patiënt een oefening klaarzet voor een specifieke datum en bij een basisprogramma kiest u voor het dagnummer. Dit verschil komt doordat de datum pas bekend is na het starten van het basisprogramma van een specifieke patiënt. Dan wordt dag 1 van week 1 de door u zelf opgegeven startdatum, dag 2 van week 1 is dan een dag later etc.

Kopiëren van oefeningen - Net als bij de patiënt is ook hier de mogelijkheid om weken te kopiëren. Zo kunt u nog sneller een oefenschema opstellen.

Tips bij het maken van een basisprogramma

  • Maak een basisprogramma niet langer dan 3 weken. U heeft dan voldoende mogelijkheid om tussendoor bij te sturen op basis van de voortgang van de patiënt zonder dat u een heel aantal reeds toegewezen oefeningen weer weg hoeft te gooien.
  • Stem de inhoud van een basisprogramma goed af met collega’s en evalueer het gebruik ervan
  • Maak geen basisprogramma’s aan voor een specifieke patiënt maar zorg altijd dat een basisprogramma breed toepasbaar is

Afsluiting

Ik wens u veel succes bij het maken én toepassen van basisprogramma’s. Als u nog vragen hebt of als er iets onduidelijk is kunt u contact met mij opnemen via m.vandorp@jcgroep.nl.


Vraag een gratis demo account aan

Vraag aan